Blijvend verleden

Wie het verleden niet kent kan het heden niet begrijpen en de toekomst niet tegemoet treden. Op de volgende pagina’s (scroll naar beneden):

‘Ik blijf geloven in mijn eigen minderheid van één’ (Tony Blair: A Journey). President Bush trekt ten strijde 1 – 4 (Bob Woodward: Bush at War, Plan of Attack, State of Denial, The War Within). ‘Arendts ‘banaliteit van het kwaad’ klopt op zijn best bij kleine helpers, verder zeker niet.’ (Abram de Swaan: Compartimenten van vernietiging. Over genocidale regimes en hun daders). ‘Niets zo gevaarlijk als de mens die zich tot god verheft’ (Yuval Noah Harari: Sapiens. A Brief History of Humankind). ‘Fascisme maakt een kans waar de democatie vastloopt’ (Robert O. Paxton:  The Anatomy of Fascism). ‘De geallieerden waren met hun bombardementen op Duitse steden niet beter dan hun tegenstanders’ (A. C. Grayling: Among the Dead Cities. The History and Moral Legacy of the WWII Bombing of Civilians in Germany and Japan)


‘Ik blijf geloven in mijn eigen minderheid van één.’

Strijden, iets bevechten, dat is voor de Britse oud-premier Tony Blair de kern van zijn levensreis. ‘That’s the purpose of life: to strive.’  Na de dood van zijn moeder tijdens zijn studiejaren in Oxford, verandert het leven voor Tony Blair (1953) voorgoed: ‘That was when the urgency took hold, the ambition hardened, the recognition grasped that life was finite and had to be lived in that knowledge.’ …


President Bush trekt ten strijde (4)

Op een schaal van 1 tot 10 is Irak moeilijkheidsgraad 12, meent generaal George Casey. ‘These guys are primarily Arabs. They’re never going to like us. We’re going to do it, or they’re going to do it. And I don’t believe we will ever succeed in Iraq by us doing it for them.’ Met generaal John Abizaid, head of U.S. Central Command, pleit hij voor minder troepen. Samen vergelijken ze na videoconferenties  hun aantekeningen over de lichaamstaal van president George Bush. ‘Did we get through today?’ ‘Oh no, I don’t think so. I think the body language was bad on that one.’ …


President Bush trekt ten strijde (3)

‘Get it right this time,’ zegt vice-president Dick Cheney tegen Donald Rumsfeld, die hij zelf naar zijn evenbeeld heeft aangezocht als minister van defensie. In die functie had Rumsfeld zich onder presi­dent Ford soms machteloos gevoeld in het Pentagon. Deze keer moet alles anders. Het derde boek van Bob Wood­ward over de Verenigde Staten en Irak draait vooral om Rumsfeld, die generaal Myers, op 11 septem­ber 2001 18 dagen voorzitter van de Joint Chiefs of Staff, behandelt als zijn militair assis­tent en hem al snel tot wanhoop drijft, hoofd op de armen, zoals Woodward ziet als hij Myers vraagt naar Rums­feld: ‘a snapshot of life as it really was in the Rumsfeld Pentagon.’ …


President Bush trekt ten strijde (2)

Hoe de geschiedenis zal oordelen over deze oorlog in Irak? Dat zullen we niet weten, zegt president Bush in december 2003 tegen Bob Woodward: dan zijn we allemaal dood. Bush heeft minister van Defensie Rumsfeld nooit gevraagd of die oorlog gevoerd moest worden. Rumsfeld is ‘the overall manager, the withering interrogator, the defense technocrat who had given the president the plan of attack.’ Wilde hij de oorlog? vraagt Woodward hem in de herfst van 2003. ‘Oh goodness no, no one with any sense wants conflict.’ …


President Bush trekt ten strijde (1)

De CIA zat al meer dan vijf jaar achter bin Laden aan, met extra kracht na de aanslagen op de ambas­sa­des in Kenia en Tanzania in 1998. Allerlei acties waren overwogen maar de mislukkingen in Iran (pre­si­dent Carter, 1980) en Somalië (president Bush, 1993) waarden nog rond, president Clinton accep­teerde geen slachtoffers onder vrouwen en kinderen en sinds president Ford gold een verbod om te doden. Op 11 september 2001 is alles ineens anders: …


‘Arendts ‘banaliteit van het kwaad’ klopt op zijn best bij kleine helpers, verder zeker niet.’

Dat duizenden, soms honderdduizenden daders, vrijwel altijd mannen, massaal geweld plegen tegen ongewapende burgers, met in de 20ste eeuw zeker honderd miljoen slachtoffers, wordt al vijftig jaar geweten aan de situatie waarin de daders zich bevinden. Essayist en socioloog Abram de Swaan (1942) pleit echter voor een analyse in termen van situatie zowel als dispositie …


‘Niets zo gevaarlijk als de mens die zich tot god verheft.’

Drie wereldwijde bestsellers heeft de Israëlische Big History historicus Yuval Noah Harari (1976) inmiddels op zijn naam staan. Dit was het eerste: over Homo sapiens (wijs vindt Harari hem niet) die zich uniek en hoog boven andere dieren verhe¬ven voelt. ‘Having so recently been one of the underdogs of the savannah, we are full of fears and anxie¬ties over our position, which makes us doubly cruel and dangerous. Many historical calamities, from deadly wars to ecological catastrophes, have resulted from this over-hasty jump.’ …


‘Fascisme maakt een kans waar de democratie vastloopt’

Kan fascisme ook nu nog voorkomen? Wat is het eigenlijk? De Amerikaanse politiek wetenschapper en historicus Robert Paxton (1932) beschrijft het als een proces in vijf fasen, altijd in beweging en ontwikkeling, met een cruciale rol voor omgeving en handlangers. Fascis­me is altijd militaristisch maar omgekeerd is dat niet altijd zo. Een autoritair regiem is vooral gericht op de status quo; een fascistisch regiem moet altijd vooruit in een soort permanente revolutie, een spiraal van steeds grotere uitdagingen die uiteindelijk leidt tot zelfdestructie of tot terugkeer naar een meer autoritair bewind. Fascisme komt aan de macht waar een democratische regering is vastgelopen …


‘De geallieerden waren met hun bombardementen op Duitse steden niet beter dan hun tegenstanders’

Waren de geallieerde bombardementen op steden in Duitsland en Japan moreel gerecht­vaar­digd? Hoe ver mag een land gaan om zijn aartsvijand te verslaan? vraagt de Britse filosoof Grayling (1949). Het volkenrecht is in de verklaringen van St. Petersburg van 1868 en die van Den Haag van 1899 en 1907 helder: het is noodzakelijk ‘to conciliate the necessities of war with the laws of humanity’ (Sint Peters­burg) en projectielen en explosieven mogen niet uit een ballon, zep­pe­lin of vlieg­tuig worden geworpen (Den Haag). Maar die grenzen worden lang niet altijd gerespecteerd …