(7) Poes haar buitengewoon goeie dagen

Poes heeft bijzonder goeie dagen en buitengewoon goeie dagen. Van spraakzaam naar oren van het hoofd gemauwd: mauw! Hoe is het met jou Poes? Mauw! Gaat het je goed Poesie? Mauw! Mauw! Had je plezier buiten? Maauw! Heb je Barry nog geplaagd, zeg eens eerlijk? Maaauw! Of, maar dat is eega: wil je eten Poekie? Maauw! Wat wil je dan? Maauw!  Maaauw! (draait rondjes voor haar bakje). Weet je het zeker Poekie..? Maaaaaauw!! Ze houdt veel van Poes.

Knielen bij de brokjes

En van aanhalig naar behoeftig: kopjes omhoog geven op haar achterpootjes, langs onze benen strijken, onze schoot opzoeken, wat ze alleen als klein katje deed. We knielen dan bij haar bakje, anders eet ze niet: eet maar Poesie! wat ze doet, spinnend als een geigerteller. Buiten volgt ze ons op de voet, onderzoekt ze met snuffelend neusje wat ze op haar pad vindt en klimt ze in een boom, verzekerd van onze onverdeelde aandacht hoe ze tastend naar beneden klimt, op momenten hangend aan haar voorpootjes, onze zwartwitte cliffhanger.

En van speels naar dol: ze gaf me vanaf de bibliotheektrap rituele klopjes op mijn hoofd (speel met mij!) en speelde zo wild tikkertje met mijn hand dat ze pardoes van de trap rolde. Buiten roefelt ze van plant naar struik in een woest verstoppertje dat we altijd meespelen en stort ze zich op elk tsjilpend vogeltje, zoemend insect, scharrelend muisje of dwarrelend bloesemblaadje, op haar achterpootjes klauwend als een aapje.

Vol vertrouwen

Maar zo’n dag kan ook buitengewoon lui zijn. Ze slaapt opgerold naast het beeldscherm moeiteloos een werkdag weg of keert zich in een diepe stoel binnenstebuiten: ze kronkelt op haar rug, donzig wit buikje naar boven, alle pootjes met roze kussentjes onschuldig omhoog, in een draai die haar kopje teruglegt langs haar lijfje en zo slaapt ze in volledige overgave: bij ons zal haar niks overkomen. Ze heeft nog geen idee hoe haar rust grondig verstoord gaat worden.

Geef een reactie