(1) De heren Bram en Barry

De twee heren scharrelden samen genoeglijk rond over het terrein. Hoe ze daar zijn gekomen weten we niet maar de buurt zegt: die zijn over het hek gegooid. Ze hadden het goed samen. Met onze neuzen door het hek volgden we ze: het was februari, we zouden huis en gronden pas in oktober geleverd krijgen en we bleven noodgedwongen op afstand. Die twee kregen we erbij, zoveel was duidelijk.

Gevederde buiken

Misschien was het liefde, maar we zijn ruimdenkend, misschien was het een verstandsverbond. Maar na uren wormen en insecten krabben in de bosgrond kropen ze onder de heg bij het zwembad tegen elkaar aan voor een gezamenlijk dutje, onze twee hanen, hun gevederde buiken in het zand geschurkt. Bij gebrek aan herkomst moesten eega en ik ze namen geven. We kozen Bram en Barry, naar onze twee makelaars.

Het huis kregen we al eind mei en toen de grote verbouwing begon hingen ze graag op het voorgazon rond bij de stoere bussen van aannemers, electriciëns en installateurs, die de twee beesten prachtig vonden en verwenden met uit hun mond gespaarde boterhammen. Ze vertelden elkaar over de hanen en wijdden nieuwkomers direct in: heb je die hanen al gezien? De beesten voeren er wel bij, misschien een beetje te goed.

Kompaan

Bram was hier geen lang leven beschoren: we vonden hem onder zijn boom in een krans van veren, zijn enorme poten machteloos op de bodem en zijn ogen wit weggedraaid. Zijn kadaver werd door onzichtbare klauwen elke dag verplaatst, de natuur ging zijn gang en binnen enkele dagen vonden we niets meer van hem terug. Of Barry zijn kompaan Bram erg heeft gemist is moeilijk te zeggen maar vanaf dat moment zocht hij ons op. Ergens in die dagen moet poes op het terrein zijn geboren en toen zij verscheen bleef niets hetzelfde, voor Barry en helemaal voor ons.

Geef een reactie