President Bush trekt ten strijde (4)

Op een schaal van 1 tot 10 is Irak moeilijkheidsgraad 12, meent generaal George Casey. ‘These guys are primarily Arabs. They’re never going to like us. We’re going to do it, or they’re going to do it. And I don’t believe we will ever succeed in Iraq by us doing it for them.’ Met generaal John Abizaid, head of U.S. Central Command, pleit hij voor minder troepen. Samen vergelijken ze na videoconferenties  hun aantekeningen over de lichaamstaal van president George Bush. ‘Did we get through today?’ ‘Oh no, I don’t think so. I think the body language was bad on that one.’

Lijkt op falen

Begrijpt de presi­dent de aard van de strijd? Bush wil cijfers van doden. ‘The president simply wanted to know that the other side was suffering too,’ meent Woodward. Casey schrijft minister van Defensie Donald Rumsfeld dat succes­volle counterinsurgancies gemiddeld negen jaar duren; mislukte gemiddeld dertien jaar. Succesvolle berusten op ‘an emphasis on intelligence, a focus on the needs and security of citizens, an ability to deny safe haven to insurgents and isolate them from the population, and a competent local police force.’

In Iraq lijkt het te veel op falen. Als de president vraagt wie veiligheid moet brengen in Bagh­dad zegt minister-president Nouri al-Maliki: Casey. Casey zegt: Maliki. President Bush verzekert de Amerikanen dat er een strategie is en begrijpt de ondank­baarheid van de Irakezen niet. Zijn National Security Adviser Stephen Hadley is in de National Security Council niet uit op discussie: de ministers van buitenlandse zaken en defensie en de hoogste inlichtingenbazen moeten op de lijn van de president. ‘The president and his team had become marketers of Bush’s certainty.’

Bloedbad

Voor de bipartisan Iraq Study Group van het Congres stelt generaal Petraeus dat Irak alleen langs politieke weg kan worden opgelost. Leon Panetta, oud-chef staf onder Clinton en lid van de Iraq Study Group ziet niet wie de kwestie Irak leidt in het Witte Huis. Oud-generaal Jack Keane zegt Rumsfeld dat er geen strategie is om de opstand neer te slaan en dat het bloedbad is ontstaan doordat de Verenigde Staten de bevolking niet beschermen, wat ruimte gaf aan al Qaeda, Sunni opstandelingen en Shia militia. Zorg dat de inwoners erin samenwerken dat opstandelingen niet terugkomen, zegt hij: laat zien dat je wilt blijven en bouw zo vertrouwen op.

Hadley begint een strategy review maar de president stelt geen deadline, wil de tussentijdse verkiezingen voor het Congres niet verstoren en laat de verliezende oorlog aan Hadley over. Een groep kolonels werpt zich op het probleem, praat met de militaire top en ziet dat die geen plan heeft, niet met één stem spreekt, boos is en losgezongen van de beleidsmakers. Het besef daagt dat de strategie niet werkt en dat een nieuw beleid vraagt om nieuwe mensen. Donald Rumsfeld maakt plaats voor Robert Gates. Bush geeft november 2006 eindelijk officieel opdracht tot een review. Als hij besluit tot The Surge legt hij het merendeel van de aanbevelingen van de Iraq Study Groep naast zich neer.

De laatste kaart

In juni 2007 is het aantal aanslagen hoger dan ooit en vindt een aanslag plaats op de al-Askari moskee (Shia) in Samarra. ‘Mr. President, we are not going to kill our way out of Iraq,’ zegt Petraeus. Maar in de zomer daalt het geweld dramatisch. The Surge, met in en rond Baghdad een stijging van 17.000 naar bijna 40.000 troepen, wordt zichtbaar en, minstens zo belangrijk: generaal McChrystal haalt alles uit de kast aan geheime technieken en informatie: ‘collaborative warfare’ door Joint Special Operations Command (JSOC). Al Qaeda blijkt zijn hand te hebben overspeeld en tien­duizen­den Sunnis tekenen voor de Amerikanen. Moqtada al-Sadr schort de strijd op.

The Surge was, in de woorden van Rice, The last bullet. The last card, our ace. Ze ziet dat er veel fouten zijn gemaakt maar ze is, terugkijkend, op niets zo trots als op de bevrijding van Irak.

Bob Woodward: The War Within. New York 2008

Geef een reactie