President Bush trekt ten strijde (3)

‘Get it right this time,’ zegt vice-president Dick Cheney tegen Donald Rumsfeld, die hij zelf naar zijn evenbeeld heeft aangezocht als minister van defensie. In die functie had Rumsfeld zich onder presi­dent Ford soms machteloos gevoeld in het Pentagon. Deze keer moet alles anders. Het derde boek van Bob Wood­ward over de Verenigde Staten en Irak draait vooral om Rumsfeld, die generaal Myers, op 11 septem­ber 2001 18 dagen voorzitter van de Joint Chiefs of Staff, behandelt als zijn militair assis­tent en hem al snel tot wanhoop drijft, hoofd op de armen, zoals Woodward ziet als hij Myers vraagt naar Rums­feld: ‘a snapshot of life as it really was in the Rumsfeld Pentagon.’ Zijn korte noti­ties, ‘snowflakes’ genoemd, dwarrelen overal neer, eisen antwoord en zijn nauwelijks bij te houden.

Het systeem stond op rood

De laatste mogelijkheid om de aanslagen van 11 september te voorkomen was gepasseerd toen CIA-directeur George Tenet, twee maanden eerder, had geprobeerd Veiligheidsadviseur Rice te over­tuigen van het gevaar van al Qaeda: ‘The system was blinking red.’ Na Afghanistan bewerken de Verenigde Staten regime change in Irak. Oorlog over, maar chaos en geweld nemen toe tot bijna burgeroorlog. Onder­koning Paul Bremer III gaat, mogelijk op aanwijzing van het Pentagon, te ver in de-Baathification en stuurt het leger naar huis: boze mensen met wapens in hun garage. Jay Garner krijgt de leiding over de Postwar office en meldt terug, de vier belangrijkste van zijn negen taken niet uit te kunnen voeren, maar hij krijgt uit Washington geen reactie.

De massavernietigingswapens zijn niet gevonden. Het besef dringt bij wapeninspecteur Kay door dat Saddam Hoessein ze heeft opgege­ven omdat ze te gemakkelijk te vinden zijn. Saddam gaf dat niet toe: hij had er niet mee gerekend dat de Verenigde Staten zouden aanvallen en hij vreesde vooral de Shiiten en de Koerden, die hij eronder wilde houden met zijn veronderstelde massavernietigingswapens. ‘It’s just the history of totalitarian regimes. We missed that.’ De veilig­heidsgemeenschap focust op geheime bronnen. Je kan beter CNN kijken of de krant lezen, meent Kay: ‘Quite frankly, the press does a better job.’

Blind erin

De Amerikaanse troepen hebben een groot tekort aan tolken. ‘Sometimes the troops on patrol might as well go in blind. Nothing could solidify the image of Americans as imperial occupiers more than teams of heavily armed soldiers with helmets and flak jackets careening around the country, unable to communicate and seemingly uninterested in what the Iraquis thought, felt or wanted.’ President Bush heeft geen twijfels, ziet zich als ‘the calcium in the backbone’ en ontvangt ‘guidan­ce from God in prayer.’ Nadelen van grote beslissingen worden niet uitgezocht of onder ogen gezien. Senator Hagel suggereert Bush dat het goed is om ook afwijkende meningen te horen. ‘Well, I kind of leave that to Hadley.’ Hadley is National Security Advisor na Rice, nu Secretary of State.

Maar praat presi­dent Bush zelf wel met mensen? ‘Well, maybe I should talk to Hadley about that.’ ‘The whole atmos­phere,’ stelt Wood­ward, ‘too often resembled a royal court, with Cheney and Rice in attendance, some upbeat stories, exaggerated good news, and a good time had by all.’ President Bush verzekert zijn herverkiezing door op angsten in te spelen en spreekt bij zijn tweede inauguratie in 17 minuten 44 keer over freedom en liberty.

Ontkenning als strategie

Woodward prest Rumsfeld, criteria te geven voor slagen in Irak maar die komt daar niet uit: ‘Hundreds.’ Powell moet gaan maar Rumsfeld blijft. Na een haastige over­dracht wordt Bremer het land uitgesmokkeld. ‘The key was to make the transition strategy sound like progress.’ Maar ‘(t)he strategy was denial. With all Bush’s upbeat talk and optimism, he had not told the American public the truth about what Iraq had become.’ Bijna drie jaar na de invasie en twee jaar na de overdracht zijn de kwesties onveranderd.

Bob Woodward: State of Denial. New York 2006

Geen een reactie