‘Het meest urgente politieke en economische project: omgaan met de religie van de data’

De Israëlische historicus Yuval Noah Harari (1976) zet wezenlijke vragen op scherp over wat het betekent mens te zijn en méér dan een verzameling ‘biologische algoritmen’ en patronen-herkenners. Hij schrijft dit in zijn boek Homo Deus. Met ‘Deus’ (god) bedoelt hij dat we ons, nu honger, ziekte en oorlog ons minder bezighouden, richten op onsterfelijkheid, geluk en goddelijkheid. Voor die vermeende goddelijke almacht (en gratis internet en grappige kattenfilmpjes) leveren we betekenis in. Harari bepleit nadenken over onze keuzen.

Een slimme algoritme, meldt Harari in Homo Deus, na Sapiens (zie elders op deze site) zijn tweede wereldwijde bestseller, heeft niet meer dan 300 ‘Likes’ nodig voor een haarscherp beeld van wie achter die voorkeuren schuil gaat. Alledaagse bezigheden krijgen door kunstmatige intelligentie verstrekkende gevolgen. Niet de spreekwoordelijke Big Brother die alles ziet schakelt ons uit: we hollen onszelf uit in een reeks van kleine, dagelijkse beslissingen en die voelen goed, want als platforms en algoritmen alles van ons willen weten voelt dat als aandacht en we zijn graag onderdeel van iets groters.

Het verhaal in ons hoofd
Algoritmen herkennen patronen, niet alleen in onze ‘Likes’. Als algoritmen ons beter kennen dan wij onszelf, schrijft Yuval Harari, waarom dan nog stemmen? Onze ‘vrije wil’ is al niet meer dan een verhaal: onze verlangens drijven ons en die verlangens bepalen we niet zelf. We zijn een kakofonie van stemmen en bestaan uit verschillende en vaak conflicterende entiteiten: één zelf ervaart en een andere zelf vertelt. Onze belangrijkste keuzen, schrijft Harari, maakt de verteller in ons: ik, dat is het verhaal in mijn hoofd.

Systemen hebben van zwevende kiezers geen last. Regeringen die de snelheid van de ontwikkelingen niet kunnen bijhouden worden obsoleet; de markt zal bepalen wat gebeurt. Geef een computer tijd en op den duur kan hij elke taak overnemen. Wat we op slimme systemen voor hebben: bewustzijn, is voor steeds minder taken nodig. Zelfs menswetenschappen zijn ons gaan zien als een biologisch systeem van algoritmen. Waarom ons daar druk om maken?

De volgende reductieslag

Van geest en bewustzijn begrijpen we nog steeds heel weinig, maar in de ontwikkeling van de mens is veel van de waarnemingen van onze zintuigen verloren gegaan en de digitale revolutie kan een volgende reductieslag brengen, meent Harari. Zoals we met onze onder de zon ontwikkelde ogen maar een heel klein deel van het spectrum zien, onderzoeken we maar een heel klein beetje van de menselijke variatie (psychologisch onderzoek betreft vooral de verplichte proefkonijnen: Amerikaanse psychologiestudenten), weten we weinig of niets meer van de ooit rijke verzameling menselijke culturen, hebben we geen idee van de beleving van (andere) dieren en laten we ons vooral bepalen door tijdgebonden economische en politieke behoeften.

Als we onze toch al gereduceerde geest kunstmatig uitbreiden, zoals Ray Kurzweil voorstaat in How to Create a Mind (2012), doen we dat dan op basis van de juiste vooronderstellingen? Liefde, angsten en emoties zijn uitdrukkingen van miljoenen jaren opgebouwde praktische wijsheid. Organismen zijn misschien toch geen algoritmen, suggereert Harari, leven is mogelijk niet terug te brengen tot het nemen van beslissingen en vermoedelijk is ons leven toch niet gelijk te stellen aan data processing. Wat Harari noemt ‘dataïsme’ als nieuwe religie kritisch beoordelen is volgens hem ‘waarschijnlijk de grootste wetenschappelijke uitdaging van deze eeuw’ en ook ‘het meest urgente politieke en economische project’.

Nieuwe verhalen nodig

Systemen die ons het best kennen: Harari ziet er het einde in van het verhaal waarin de mens de wereld zin geeft. Willen we ons werkelijk zien als niet meer dan algoritmen? Geven we onszelf over aan kunstmatige intelligentie zonder bewustzijn? Harari nodigt ons uit daar goed over na te denken. Kunstmatige intelligentie, algoritmen en het Internet van Alle Dingen: ze vragen om verhalen waar we zelf ondanks, maar waarom niet ook vanwege onze onvolkomenheden nog steeds in voorkomen. Of zoals Pulitzer Prize winnaar Thomas L. Friedman schrijft (Thank You for Being Late, 2016): Artificial Intelligence (AI) moet intelligente assistentie (IA) zijn.
© Anjo Roorda

Yuval Noah Harari: Homo Deus: A Brief History of Tomorrow. London 2016

Geef een reactie