Morele onverschrokkenheid in een gewelddadige wereld

De Nederlandse filosoof Hans Achterhuis (1942) is geschrokken van de analytische en afstandelijke manier waarop hij in de jaren zeventig over geweld schreef:  ‘vooral door de bril van Sartre,’ over geweld als een middel dat goed of slecht wordt gebruikt. Zo was de tijdgeest. Langzaam heeft Achterhuis ontdekt dat verzet tegen onrecht en onderdrukking beter langs vreedzame weg kan plaatsvinden. Hij opent zijn omvangrijke, actuele boek over de meest uiteenlopende aspecten van geweld met een variant op de dichter Hendrik Marsman: ‘Wie schrijft over geweld, schrijve persoonlijk, of schrijve niet.’ (Marsman, in zijn gedicht De zee: Wie schrijft, schrijv’ in den geest van deze zee/ of schrijve niet;’).

Wie maar één oorzaak van geweld ziet, stelt Achterhuis, verschaft zich het morele recht om die oorzaak met geweld uit te roeien. Waar oorlog wordt gevoerd en gerechtvaardigd in naam van algemene menselijke waarden, die men ernstig geschonden acht en die men wil herstellen, leidt dat tot bijzonder intensieve en onmenselijke oorlogen waarin het traditionele vijandbegrip wordt gemoraliseerd en de tegenstander gedemoniseerd.

Geweld kan de wereld redden

Achterhuis haalt de Britse filosoof John Gray (1948) aan (Al Qaida en de moderne tijd, 2003): het Westen wordt sterk gedefinieerd door het nastreven van een verlossing in de geschiedenis. Uniek voor het moderne Westen is het geloof dat geweld de wereld kan redden. Er is echter niet één enkelvoudige oorzaak voor, of verklaring van geweld. Zo komt Achterhuis in zijn ‘filosofische zoektocht’ op de vorm van de roman: ‘juist de roman weigert eenduidige antwoorden op existentiële vragen te geven.’ ‘Oorlog en vrede’ van Tolstoi leest hij als één grote discussie met het doel-middelendenken van Von Clausewitz.

Militaire doelen heten tegenwoordig van humanitaire aard te zijn, schrijft Achterhuis, en hij citeert de Duitse filosofe Hannah Arendt (1906 – 1975): ‘Het uitoefenen van geweld verandert, zoals alle handelen, de wereld, maar de meest waarschijnlijke verandering is dat er een gewelddadiger wereld ontstaat.’ Met haar pleit hij voor binding van geweld aan concrete en nabije, toetsbare doelen en regels.

Steunberen

Waar de Britse premier Tony Blair na de aanslagen op Londen van 7 juli 2005 sprak over het beschermen van ‘Our way of life’ gaat dat ook om het behoud van de vrijheid en privacy van de burger tegenover de staat. Thomas Hobbes stelde de veilige ruimte voor het bedrijven van politiek centraal. In de strijd tegen het terrorisme hebben we niks anders dan de democratische traditie, in de vorm van persvrijheid, religieuze tolerantie, de scheiding der machten en de burgerrechten: de ‘steunberen’ van de Nederlandse socioloog, jurist en columnist Kees Schuyt (1943). Voor Arendt is de vrijheid zelf de zin van het politieke handelen, terwijl in een hedendaagse liberale visie vrijheid grotendeels als een doel buiten de politiek ligt die zo tot middel wordt gedegradeerd.

Wat zijn de bronnen van geweld? Heeft het verschijnsel ‘staat’ meer of minder geweldgebruik gebracht? Is er zoiets als structureel geweld? Hoe komt het dat mensen gevoeliger zijn geworden voor pijn en geweld zijn gaan verafschuwen? Achterhuis slaat geen aspect over. ‘…wie zijn duistere kanten onderkent, (kan) er misschien ook het best mee omgaan, om er uiteindelijk zoveel mogelijk afstand van te nemen.’

Morele onverschrokkenheid

Achterhuis sluit af met een beschouwing over morele onverschrokkenheid, door de Amerikaanse senator Bobby Kennedy besproken twee jaar voordat hij in 1968 werd vermoord. Soms is die onverschrokkenheid nodig om potentieel gewelddadige situaties niet te laten ontsporen en om gewelddadige handelingen af te remmen.

Het is een zeldzame eigenschap die niet aangeleerd kan worden en die nodig is als instituties die het geweld kunnen uitbannen en in toom houden, tekortschieten. Positieve morele onverschrokkenheid, niet in verzet maar in de opbouw van een minder gewelddadige samenleving en begeleid door de bereidheid de eigen idealen te toetsen in het politieke debat, is nog zeldzamer, maar hij bestaat, zoals in Zuid-Afrika Nelson Mandela en Desmond Tutu hebben laten zien. Zonder  verhalen en voorbeelden van morele onverschrokkenheid is er geen uitzicht op een voor mensen leefbare wereld waarin het geweld wordt beheerst en geminimaliseerd, besluit Hans Achterhuis.

Hans Achterhuis:  Met alle geweld, Een filosofische zoektocht.  Rotterdam 2008

Geef een reactie